Statement gemeente over bezwaarperiode Cattenbroekerplas

De gemeente heeft een brief verstuurd aan de omwonenden van de Cattenbroekerplas, hierin staat vermeld dat de bezwaarperiode tot 23 januari loopt. We hebben hierover opheldering gevraagd aan de gemeente. Het antwoord vind u hieronder.

Voor ons is deze datum passend omdat deze voor de vergaderingen van de gemeenteraad liggen (21 februari a.s. beeldvorming en 7 maart a.s. oordeelvorming en besluitvorming). Dat betekent dat ons college en raad hieraan voorafgaand kennis kan nemen van wat er leeft onder de bewoners en anderzijds bewoners de mogelijkheid krijgen om in te spreken in de openbare raadsvergaderingen dan wel schriftelijk kunnen aangeven wat de mening is.

Het indienen van een zienswijze tot en met 23 januari 2019 is formeel tegen het besluit van het college om op drie locaties het voorkeursrecht uit hoofde van de Wet voorkeursrecht gemeenten te vestigen. (Inhoudende dat de grondeigenaren die het betreft de grond eerst aan de gemeente moeten aanbieden indien zij hun grond willen verkopen.) Dit is een wettelijke termijn en kan derhalve niet opgeschoven worden. De grondeigenaren zijn vanzelfsprekend allen hiervan op de hoogte gesteld. Ook niet-grondeigenaren kunnen een zienswijze indienen maar dan gericht op het vestigen van het voorkeursrecht.

Tegen het aanwijzen van een locatie voor haalbaarheidsonderzoek kan bezwaar worden gemaakt door dat aan de gemeente kenbaar te maken, schriftelijk voorafgaand aan de genoemde raadsvergaderingen of door in te spreken bij de vergaderingen. Tijdens het haalbaarheidsonderzoek plannen wij drie bewonersavonden met de intentie om de meningen van bewoners te kunnen verwerken in een plan. Besluitvorming of op een locatie daadwerkelijk schuifruimte wordt gerealiseerd vindt plaats rond of na de zomer 2019. Ook dan hebben bewoners de mogelijkheid hun bezwaren te uiten in een reguliere raadscyclus. Bij een bestemmingsplanprocedure – die mogelijkerwijs volgt na een positief besluit – zijn er wederom diverse formele momenten om zienswijzen in te dienen.

Met andere woorden, in het voorliggende proces zijn er veel momenten om bezwaren kenbaar te maken en zienswijzen in te dienen. Na de 23eis dus niets “mosterd na de maaltijd”. Alles is er juist op gericht een zorgvuldige proces te doorlopen.